Archief - juni 2014

‘Sport: Het is mijn passie. Het is hetgeen wat ik wil doen in mijn leven.’

Van de Paralympische Talentdag naar de WK finale in een jaar tijd. Het klinkt absurd, maar toch kan het. Atlete Marlène van Gansewinkel (19) slaagde erin en is momenteel met recht een van de snel rijzende sterren van de Paralympische sport in Nederland. Para-Sport Report zoomt in op de ambities van het sprinttalent.

Wat betekent sport voor jou?

‘Het is mijn passie. Het is hetgeen wat ik wil doen in mijn leven, waar ik al mijn energie in wil stoppen. Het is hetgeen waarvoor je eigenlijk leeft. Ik houd er van en zou niet weten wat ik moet doen als ik niet zou sporten.’

Wat zijn jouw ambities?

‘Ik wil naar de Paralympische Spelen en hoop daar medailles te winnen. Verder zou ik kinderen in de toekomst duidelijk willen maken, dat je ook met een handicap gewoon kan sporten. Ik heb een dubbele handicap en ik kan nog steeds meekomen in de T44- klasse waarin niemand die handicap heeft. Het verschil is zeker merkbaar, maar een stuk kleiner geworden sinds ik een armprothese heb. Maar ik ben pas net begonnen en heb een snelle start gemaakt, maar dat is niet vanzelfsprekend natuurlijk. Ik blijf er hard voor werken. Je wil alles eruit halen en dat doe ik onder anderen door een nep arm te gebruiken. Daardoor kom ik ook steeds dichterbij de anderen sprinters in mijn klasse.’

Waar wat is jouw ambitie voor de Paralympische sport?

Ik wil dat het niveau van de sport omhoog gaat, want ik denk dat het zeker mogelijk is. Zou ook graag willen dat de sport bekender wordt en vaker op de televisie komt, zodat veel meer mensen met een handicap gaan sporten en de Paralympische sport groter wordt, want het is veel leuker om van twaalf mensen die er hard voor gewerkt hebben te winnen dan van drie. Ik hoop dat er meer media-aandacht voor komt.’

Komende zomer gaat de talentvolle atlete tijdens het EK in het Welshe Swansea op zoek naar haar eerste medaille op een toptoernooi.

FacebookTwitterWhatsAppBlogger PostLinkedInGoogle+PinterestDelen

Keniaanse rolstoeltennisters willen naar Paralympics

De BNP Paribas World Team Cup bracht rolstoeltennissers uit de hele wereld samen op het gravel van tennispark Nieuwe Sloot in Alphen aan den Rijn. Ruim driehonderd tennissers en begeleiders uit meer dan dertig landen streden om de wereldtitel voor landenteams. Gastland Nederland liet zich zowel sportief als organisatorisch van zijn beste kant zien. De Nederlandse dames wonnen het toernooi en tekende daarmee voor de zevenentwintigste eindoverwinning in de landenwedstrijd. Ook de Nederlandse heren en junioren deden met een tweede en derde plaats van zich spreken. Naast de gekende krachten in het internationale rolstoeltennis stonden er ook opkomende landen, zoals Kenia, aan de start.

Kenia was vooraf de opvallendste landen op de deelnemerslijst, daar het land geen echte tennistraditie heeft. Zowel bij de heren als de dames heeft het Oost-Afrikaanse land geen spelers op de wereldranglijst, maar zijn in het rolstoeltennis wel vertegenwoordigd. Speelster Jane Ndenga verklaard hun komst.

‘Het is een goede ervaring om hier bij de BNP Paribas World Team Cup met een team van drie speelsters te kunnen spelen. Vijf jaar geleden zijn wij met hulp van de Amerikaanse trainer Dan James met het rolstoeltennis in aanraking gekomen en begonnen met trainen en spelen. Ondanks dat wij pas vijf jaar bezig zijn is het meedoen aan een Paralympische Spelen een droom. Wij willen graag naar de Paralympics, misschien zelfs al in Rio over twee jaar. In dat streven worden wij ondersteunt door Safaricom, de Keniaanse overheid en het Keniaans fonds voor gehandicapten.’

Dat Kenia mee wil in de vaart der volkeren in het internationale rolstoeltennis is ondanks hun nederlagen, de Keniaanse dames wonnen slechts drie games, goed te zien. De dames gaven hun ogen tijdens wedstrijden van onder anderen Nederland en Groot Brittannië goed de kost en staken zoveel mogelijk op van hun speelstijlen. Ook kregen de tennissters drie state of the art Sunrise Medical-Quickie ADL rolstoelen overhandigd van toernooiambassadeur Esther Vergeer. Een mooi gebaar van de in 2013 afgezwaaide zevenvoudig Paralympisch kampioene.

Soms lijkt tennis op voetbal

Landenwedstrijden doet iets met tennis, het is net alsof het een gedaanteverwisseling ondergaat. Waarbij de meeste toernooien het publiek ingetogen klapt en juicht komen er bij landenwedstrijden als de Davis Cup, Fed Cup en bij het rolstoeltennis de World Team Cup toeters en andere uitdossingen uit de kast en schromen fans er niet voor om van een tennisstadion een heksenketel te maken.

Bij de BNP Paribas World Team Cup in Alphen aan den Rijn deze week is van een echte Davis Cup sfeer, zoals bekend van Nederland-Spanje in Eindhoven jaren geleden, geen sprake. Maar het is wel duidelijk dat het om een landenwedstrijd gaat. Het publiek hult zich in enige mate in het oranje en klapt en juicht bij kans harder dan normaal.

Ook op de baan gaan de dingen anders dan normaal. Zo is de rol van de bondscoach, teamcaptain, veel groter dan bij een doorsnee ITF toernooi. De coaches zitten namelijk naast de baan in plaats van op de tribune en dat maakt een groot verschil. Coaches instrueren en motiveren hun pupillen tijdens de breaks en schromen er net zoals hun collega’s uit het voetbal niet voor om van de bank te komen om de arbitrage te wijzen op die ten onrechte uitgegeven bal of om te klagen over de bouw van een steiger net naast het centre court van Nieuwe Sloot. Zoals de Britse coach deed in de eerste finalewedstrijd bij de dames tegen Nederland. Niet zonder succes overigens. De steigerbouw werd gestaakt en het uitgegeven punt werd overgespeeld. De inzet waarvoor deze hele week gespeeld is liegt er dan ook niet om. Voor de winnende landen staat vanmiddag een enorme bokaal, van Davis Cupachtige proporties, klaar. Soms lijkt tennis toch een heel klein beetje op voetbal.

Landenwedstrijd geeft rolstoeltennis kleur

De BNP Paribas World Team Cup 2014 geeft kleur aan het internationale rolstoeltennis. Niet alleen vanwege de fanatiekere sfeer langs de banen, maar ook vanwege de tweeëndertig deelnemende landen op tennispark Nieuwe Sloot in Alphen aan den Rijn. Waar de beste rolstoeltennislanden uit alle windstreken van de wereld zijn neergestreken voor het wereldkampioenschap voor landen teams.

De verscheidenheid onder de deelnemende landen is groot. Naast gekende rolstoeltennislanden als Groot Brittannië, Frankrijk en Nederland doen ook landen als Thailand, Sri Lanka en Kenia waar het rolstoeltennis nog in de kinderschoenen staat mee en laten op het Alphense gravel hun beste tennis zien.

Veel landen betekent ook kleurrijke spelers. Denk aan de Japanse nummer een van de wereldranglijst bij de heren Shingo Kunieda met zijn onafscheidelijke omgedraaide pet en de Amerikaanse speler Steve Welch, die getooid met zonnebril en tropenhoed zijn wedstrijden speelt. Ook het Maleisische team doet van zich spreken op het tennispark aan de rand van Alphen aan den Rijn. Niet alleen vanwege hun oranje teamkleding, maar zeker vanwege hun collectieve yell of eigentijdse Nieuwe Zeelandse haka, die zij bij het binnenslepen van een belangrijk punt of game ten gehoren brengen. Hetgeen de beleving van de sport ten goede komt. Het laat zien dat het rolstoeltennis en topsport in het algemeen over de hele wereld anders wordt gespeeld en beleefd.

Zeker is dat de BNP Paribas World Team Cup het internationale rolstoeltennis in een bredere context met deelnemers vanuit de hele wereld verder op de kaart heeft gezet.